Laatst was daar dat moment, waarop ik mijn onvoorwaardelijke zelfliefde  ervoer. Ik voelde dat ik er helemaal mocht zijn, met al mijn facetten. Wat een openbaring. Ik ben er dagenlang bijna high van geweest, van het besef dat dit vermogen tot zelfliefde in mij zit.

Onvoorwaardelijk houden van
En ondertussen gaat het leven verder. En dit besef valt wat terug naar de achtergrond. En dan is daar opeens weer die bekende gedachte: wat heb ik toch een lelijke buik. Uh, hallo? Moet ik je nog eens uitleggen wat onvoorwaardelijke zelfliefde is, Eva? Dat is dus ook houden van je buik! Of die nou wel of niet aan een of ander ideaalbeeld voldoet! En dat gaat dus niet vanzelf, dat onvoorwaardelijk houden van mijn lichaam. Het te koesteren.

Onzekerheid
Terwijl ze dat zo verdient! Ik heb mijn lichaam zo lang genegeerd en haar niet gegeven wat ze nodig had. En toch is ze blijven functioneren, heeft ze me dag in dag uit gebracht waar ik moest zijn en is ze me geduldig blijven waarschuwen. Ze verdient niets dan liefde en aandacht en koestering.
En toch is zij nog mijn enige punt van onzekerheid.

Out of my league
Ik zie profielfoto’s op Facebook van mij onbekende vrouwen, leuk gevonden door éen van mijn Facebook-contacten en ik betrap mezelf op afgunstige gedachten.
Ik loop in de sportschool langs een tafel met mooie jonge vrouwen en ik voel me kleiner worden.
Ik kijk bewonderd naar een foto van éen van de trainers (kijken mag hè) en hoor de gedachte “Hij is way out of your league” door mijn hoofd gaan. En het stomme is: hij is niet eens mijn type. En daarnaast, ook niet onbelangrijk, ben ik niet op zoek naar een man. Waarom haal ik dan toch mezelf op die manier naar beneden?

Even klein
Ik weet het wel. Het is niet de vrouw die spreekt op zulke momenten, het is het meisje in mij. Het meisje dat gezien wil worden, er bij wil horen. Het meisje dat wel eens wil weten hoe het is om mooi en populair te zijn. Het meisje dat niet meer leuk gevonden wil worden vanwege haar anders zijn. Het meisje dat denkt de waardering van anderen nodig te hebben om er te mogen zijn.
Ik ben dit meisje niet meer. Ik heb haar omarmd, mijn liefde gegeven, haar verteld dat ze prachtig is en dat ik haar begrijp en dat haar onzekerheid niet meer nodig is. Ik ben verder gegroeid. Toch baant ze zich soms nog stilletjes een weg naar voren en beïnvloedt ze mijn gedachten. En dan voel ik me weer even klein.

Ik koester
Even dan. Want dat klein voelen, daar ben ik wel klaar mee. Ik stap in mijn grootsheid en adem mijn liefde door mijn lichaam. Ik strijd niet meer, ik koester.
Ik koester mijn conditie die niet meer zo snel opbouwt als een paar jaar geleden, ik koester de grijze haren bij mijn slapen, ik koester de pigmentvlekjes op mijn wangen, ik koester de kringen onder mijn ogen, ik koester mijn zachter wordende kaaklijn, ik koester mijn buikje, ik koester mijn niet strakke billen, ik koester de spatadertjes op mijn benen, ik koester mijn bleke huid, ik koester mijn vele moedervlekken, ik koester mijn kleine borsten, ik koester mijn mooie schouders en rug, ik koester mijn goed gevormde benen, ik koester mijn weer lang gegroeide haar, ik koester mijn kleine voeten die mij op de mooiste plekken brengen, ik koester mijn sprekende ogen waarmee ik me met een ander kan verbinden, ik koester mijn armen waarmee ik een ander kan omhelzen, ik koester mijn kleine handen waarmee ik groots kan liefkozen en ik koester mijn hart dat soms wat onregelmatig klopt en daarbij overstroomt van liefde. Lief lijf, wat ben je mooi.

Leave a Reply