Het begint de laatste tijd steeds meer tot me door te dringen dat er iets niet helemaal goed gaat…. Deze eerste zin is er meteen ook een voorbeeld van. Ik ontdek steeds vaker dat ik mezelf afwijs, op welke punten ik dat doe, en in welke vorm. Er vallen steeds kwartjes de laatste tijd. Dat zorgt voor verheldering én het is soms pijnlijk.

Het is een verraderlijk ding, die zelfafwijzing. Het vermomt zich, verstopt zich, heeft een vlotte babbel en voelt heel natuurlijk. En ondertussen werkt het me tegen. Werk ik mezelf tegen, bedoel ik. Want het is natuurlijk niet iets wat los staat van mezelf. Ik doe het zelf, dat afwijzen. En als ik daar wat van ga vinden, dan trap ik meteen weer in dezelfde valkuil. Dan wijs ik mezelf af omdat ik mezelf afwijs. Pff, vermoeiend 😉

Ik weeg nu 8 kilo meer dan toen ik op de middelbare school zat. Ik ben nu niet blij met mijn lichaam, maar dat was ik ook niet toen ik 52 kilo woog. Die onvrede heeft dus niks te maken met het aantal kilo’s. Ik wijs mijn lichaam af, ongeacht hoe zwaar ik ben. Dat realiseerde ik me laatst pas, suf genoeg (oeps, afwijzing). Ik ben vooral tijdens mijn burn-out en in de jaren erna, aangekomen. In de laatste 3.5 jaar dus. En ik ben steeds ervan uitgegaan dat ik die kilo’s weer zou kwijt raken. Ik ging uit van ‘als ik straks weer op gewicht ben’. Ik heb mijn lichaam nooit geaccepteerd zoals het was. Het moest eerst veranderen om het weer ok te gaan vinden. Laatst besefte ik dat ik daarmee op wil houden. Dit is mijn lichaam en het is goed zoals het is. Ik weeg nu 60 kilo en het is ook goed als dat zo blijft. Ik stop met het willen veranderen. Ik stop met het afwijzen.

Vorig jaar ben ik gaan trainen met Niels. Dat heeft mijn conditie en mijn vertrouwen enorm goed gedaan. Ik heb ook wel gedacht dat het leuk zou zijn als ik ook wat kilo’s kwijt zou raken, maar het was geen doel. Toen het samen trainen stopte vorig jaar december en ik moest bedenken wat ik toen zou gaan doen, bedacht ik dat ik nu toch ook eens wilde gaan zien dat ik zo enthousiast aan het sporten was. Dus: meer spieren, minder vet. De afgelopen maanden begon het steeds meer te wringen. En laatst drong het door: met de gedachten die ik bij het sporten had wees ik mezelf af. Vorig jaar was ik aan het trainen omdat ik goed voor mezelf wilde zorgen, mezelf een nieuwe uitdaging gunde en een fitter gevoel. Nu was ik aan het trainen omdat mijn lichaam niet goed was zoals het was. Voel je het verschil? Mijn acties waren misschien niet zo anders, maar de gedachten erachter wel. Met eten heb ik iets vergelijkbaars gedaan. Wat ik wil is: ik zorg goed voor mijn lichaam dus ik geef het veel gezonde voeding en ik geniet van wat ik eet en drink. Wat ik ben gaan doen is: mijn lichaam is niet ok, dus ik moet heel veel laten staan en wanneer ik dat niet doe, dan is dat verkeerd!! Ondertussen vroeg ik mezelf af waarom het me niet lukte om goed voor mezelf te zorgen. Waarom laat ik die dingen die niet goed voor me zijn, niet gewoon staan? Waarmee ik meteen ook mezelf weer afwees, want ik zag het niet voldoen aan mijn eigen verwachtingen als falen.

Zelfafwijzing, wat is het toch een verraderlijk iets. Verraderlijk, omdat je er zo makkelijk en ongemerkt in vervalt. Tegelijkertijd is het iets wat erbij hoort. We krijgen het al vroeg aangeleerd, en ik denk niet dat we er ooit echt vanaf komen. En dat is ok. Het is er, het is een gegeven. Wat helpt is je er bewust van zijn. En je er niet, of in elk geval minder, door te laten leiden. Die afwijzende gedachten zullen wel blijven komen, maar je hebt de keuze of je je gedachten wel of niet serieus neemt, en welk gedrag je eraan verbindt. En dat is goed nieuws.

Ik realiseer me weer dat ik deze gedachten níet serieus wil nemen, er niet naar wil handelen. En ik vertel mezelf een ander verhaal, ik kies voor helpende gedachten. Als tegenwicht, als fijner alternatief. En daar voel ik me een stuk beter bij.

Leave a Reply