Schrijven is voor mij iets intuïtiefs. Het schrijven van mijn blogs dan. Bedenken waar ik over wil schrijven en daar dan voor gaan zitten…. Ik kan het wel, maar doe het liever niet. Mijn blogs schrijf ik op de momenten dat ik inspiratie voel. Dan komen de woorden gewoon, ze willen eruit, willen gezegd, geschreven worden.

Vervolgens ben ik wel van het bijschaven. Ik lees de blog nog een paar keer na, pas een zin iets aan, haal wat woorden weg. Dan klopt het nog iets meer. Ik hou van vorm. Maar dan wel van een vorm die bij mij past. Soms voeg ik braaf tussenkopjes toe. Als dat past in het geheel. En soms, vaker, gooi ik de blogschrijf-regels overboord en geef ik er een vorm aan die voor mij goed voelt. Die bij mij past. Dat vind ik, persoonlijk, belangrijker.

Persoonlijk, dat zijn mijn blogs ook. Vormgegeven, maar ook altijd echt. Open. Ik deel hoe het is, wat ik voel. Laatst, tijdens een fijn gesprek, waarin mijn blogs ter sprake kwamen, benoemde een collega dit. De openheid, het inkijkje.

Ik werd er even door aan het denken gezet. Ik weet waarom ik het doe. Die openheid, dat ben ik. En door te delen hoop ik iets te betekenen voor een ander. Ik hoop met mijn woorden iets bij te dragen. Herkenning. Troost. Voor degenen die weten hoe het is, maar er die woorden niet bij kunnen vinden. De wetenschap dat je niet de enige bent. Dat het ok is. Dat verandering mogelijk is. Zulk soort dingen.

Maar er is meer. Dat realiseerde ik me weer even na dat gesprek. Mijn woorden zijn niet alleen voor degenen die iets vergelijkbaars mee maken. Ze zijn ook voor degenen die het niet herkennen.

Zodra het gaat over ‘psychische toestanden’ doen veel mensen een stapje achteruit. Ondanks dat ‘half Nederland’ tegenwoordig een burn-out heeft, depressie bijna volksziekte nummer 1 is en een derde van de vrouwen een miskraam krijgt, zijn het in zekere zin nog taboes. Er open en eerlijk over praten, echt delen wat het met je doet, is nog steeds niet gebruikelijk. En daarom doe ik het juist wel.

Ervaringen worden vaak niet gedeeld, uit angst voor afwijzing en onbegrip. Begrijpelijk, want afwijzing en onbegrip lijken soms de meest voorkomende reacties. Toch heb ik ervaren dat het ook anders kan zijn. Mijn openheid heeft me de meest prachtige, openhartige en ontroerende reacties gebracht.

Ik denk dat afwijzing en onbegrip voortkomen uit ongemak en angst. Angst voor iets wat onbekend is. Iets waarvan niet duidelijk is hoe je erop moet reageren. Wat er van je wordt verwacht. Wat zijn de goede woorden? Wat de verkeerde? Kan ik dit vragen of gaat dat te ver? Wil iemand erover praten of dat juist pijnlijk? Angst om het fout te doen. Misschien ook angst voor herkenning.

Ik hoop, door mijn ervaringen te delen, de angst en het ongemak te verminderen. Door open te zijn. Te laten zien dat pijn, verdriet en rouw geen zaken zijn waar je voor weg hoeft te lopen. Ik hoop gesprekken aan te moedigen, begrip te kweken, ogen te openen, vraagtekens te verminderen. Ik hoop de taboes een beetje te doorbreken.

Of me dat lukt weet ik niet. Misschien is dit niet dé manier. Maar het is mijn manier.

Leave a Reply